Leireken: van spoorweg tot fietspad

leirboekkaft

In hun boek 'Leireken, de geschiedenis van lijn 61' beschrijven Louis De Bondt uit Steenhuffel en Philippe Collaert uit Opwijk in detail hoe het tracé van Antwerpen-Zuid naar Aalst tot stand kwam. Dat tracé was definitief goedgekeurd in 1877. Om de spoorweg op Peizegems grondgebied te kunnen aanleggen waren verschillende onteigeningen nodig. De grootste 'grondverliezers' waren 'Hospices Civiles' (Brussel), De Block-De Boeck (Opwijk), gravin de Nedonckel-d'Altremont de Duras (Baulers), Demeester de Betsenbroeck-de Roovere de Roosemeersch (Brussel) en Edward Van Grootven (Brussel). Veel 'rijk' volk dus.
Veel hindernissen waren er niet, want, in tegenstelling tot de vele rechtszaken in Steenhuffel, verliepen de onteigeningen in Peizegem zonder grote problemen. Het leggen van de sporen was toegewezen aan de S.A. de Construction de Chemins de Fer, een bedrijf uit Henegouwen.

Meer info: http://homdad.com/HOM-alg/leireken/Leireken-Peizegem.pdf

I

 Ze startten in 1877 en schoten goed op, want op 8 september 1978 werd het gedeelte Londerzeel-Aalst al opengesteld. Het plaatsen van de bareelhuisjes gebeurde iets later. In Merchtem-Boschkant was er echter nog geen halte voorzien. Dat gebeurde pas in 1885 met een dienstorder, waarbij ook gestipuleerd werd dat een agent van de spoorwegen, die een post in de buurt had, de toelating kreeg om heen- en retourcoupons af te leveren met een aantal beperkingen: alleen voor de tweede en derde klasse, alleen voor de bestemmingen Aalst, Moorsel, Baardegem, Opwijk, Steenhuffel en Londerzeel-Oost. Coupons voor eersteklasse en bagage van en naar Boschkant waren dus niet mogelijk. Pas in 1898 werd er een keurig station gebouwd.

station Hierbij werd de naam 'stopplaats Boschkant' in 'halte Peisegem' gewijzigd, met als nummer 704. Het stationsgebouw van Peizegem was volledig identiek aan dat van Steenhuffel, dat al 15 jaar eerder was gebouwd. Als gevolg daarvan werd in 1901 de parochienaam van Merchtem-ten-Bosch veranderd in Peisegem. Naast een station waren er in Peizegem nog drie bareelwachtershuisjes: aan de Nieuwbaan, aan de Dries en aan de Peizegemstraat.
Waar komt de naam 'Leireken' vandaan?
Meerdere gissingen, de ene al fantasierijker dan de andere geven een verklaring. De meest realistische zou komen van ene Maria Van Assche, geboren en getogen in Londerzeel. De stoomtrein van lijn 61 werd aanvankelijk bediend door de machinisten Kamiel en Leire (Valère). Valère was een joviale vent en weldra werd er naar de trein verwezen als 'Pas op, de Leire is daar'. Vandaar was het maar een stap naar 'Leireken' als naam voor de trein, maar ook voor het hele traject van Londerzeel naar Aalst. Deze naam zou al heel vroeg ontstaan zijn, waarschijnlijk zelfs vóór 1898.

 

In de periode september 1915 tot september 1920, dus tijdens de eerste wereldoorlog en onmiddellijk erna, was er een onderbreking van het reizigersvervoer. Hoogstwaarschijnlijk was dit het gevolg van het feit dat de Duitsers een gedeelte van de spoorweg hadden opgebroken. Diezelfde Duitsers hadden trouwens heel wat schade aangericht aan gebouwen en installaties. Tijdens de oorlog wroeten heel wat mensen op de spoorweg op zoek naar restanten van cokes of 'scharamoule', die dan kon gebruikt worden om te verwarmen, zelfs al was dit door de Duitsers verboden, omdat die mensen op de spoorbaan het militair verkeer kon bemoeilijken.

leiretrein1951 Tussen 1920 en 1930 kende Leireken zijn (kleine) bloeiperiode. Heel wat scholieren en arbeiders spoorden toen naar Aalst, hoewel dat aantal vanuit Peizegem wel beperkt was tot gemiddeld zo'n 40 à 45 reizigers per dag. De gemiddelde snelheid van zo'n treintje lag ook niet hoog: de vele stopplaatsen, elke 3 à 4 km, de vele dieren die op de spoorweg liepen, vooral tussen Peizegem en Steenhuffel, en natuurlijke de geringe kracht van de met kolen gestookte stoomtreinen, waren daar de oorzaak van. Naast reizigersvervoer was er ook goederenvervoer: suikerbieten naar Tienen, bomen voor Cochez, hop voor brouwerij De Block...

Daarna begon de langzame aftakeling. Vanaf 1935 was er geen toezicht meer en werden geen dagelijkse coupons meer uitgereikt. Tijdens de oorlog 1940-1945 was er trouwens een beschieting van de spoorweg, waarop ook Duitse militaire transporten gebeurden, door Amerikaanse jachtvliegtuigen in de zone tussen 'Tommès' en 'De struizen', zegge tussen De Haan en de Meir. En in deze periode was Leireken ook een smokkeltrein. Een aantal reizigers brachten steenkool en brandhout mee naar huis, dat ze 'op het werk gevonden hadden'.

De laatste bewoners van het station Peisegem was de familie Hellinckx. Louis Hellinckx was 'chef agréé', geen echte stationschef maar toch een beetje. Een keer per week mocht hij nog abonnementen uitreiken. Op het laatst van zijn dienstjaren was hij manusje-van-alles ook in Steenhuffel, waarvan de stationschef al eerder uit dienst was.

De lijn 61 in zijn geheel was nooit winstgevend en dus stond ze voortdurend onder druk van afschaffing. Uiteindelijk werd het gedeelte van Londerzeel naar Opwijk afgeschaft met de dienstorder van 2/10/1952, althans wat het reizigersverkeer betreft. De reizigers moesten van dan af overschakelen naar een autobusdienst. Gedurende een korte tijd bleef er nog een beperkt goederenvervoer, onder andere voor het suikerbietentransport. In 1956 volgde de officiële totale afschaffing van het treinvervoer tussen Londerzeel en Opwijk en werd gevolgd door het opbreken van de sporen. Het stationsgebouw van Peizegem werd in 1960 gekocht door de gemeente Merchtem en in 1963 afgebroken. De 3 bareelwachtershuisjes werden in de jaren daarop hetzij afgebroken, hetzij verlaten. De oude spoorwegbedding over het grondgebied Merchtem werd in 1958 gekocht door de gemeente. Ook Steenhuffel deed dat. Londerzeel en Opwijk deden dat slechts gedeeltelijk.

Al vroeger waren er plannen geweest om in de spoorwegbedding een verkeersweg aan te leggen om het verkeer tussen Londerzeel en Opwijk vlotter te laten verlopen. In 1966 maakte 'De Kozak', een Peizegems tijdschriftje, een balans op van de situatie. Daaruit bleek dat een dergelijke weg, die ook de steun kreeg van de gemeenteraad van Merchtem, talrijke voordelen had voor de bewoners van Peizegem maar dat nog heel wat problemen moesten opgelost worden vooraleer met de werken kon worden gestart. Een tijdje werd er gespeeld met de idee om er een weg 'voor groot verkeer' van te maken, omdat die meer op staatssubsidies zou kunnen rekenen. Toen dat niet het geval bleek werden de plannen weer gewijzigd.

Van uitstel kwam afstel. De plannen voor een verkeersweg werden gewijzigd in plannen voor een fiets- en wandelpad. Dat kon immers wel rekenen op uitgebreide subsidies. Uiteindelijk zou het nog tot 1978 duren voor een OK voor een eerste gedeelte van het Leirekenspad. Vanaf 23/4/1989 kon eindelijk van Steenhuffel tot Baardegem worden gefietst.

leirfietsers